De Christelijk Joodse Relatie als Absurditeit
08-08-2025

Het Absurde van Christelijke Steun voor Israël: Een Historische, Theologische en Filosofische Ontmanteling
Het blijft een verbijsterend schouwspel: christenen, van Amerikaanse evangelicals tot Europese gelovigen, die de moderne staat Israël omarmen met een vurigheid die grenst aan het maniakale. Ze zwaaien met blauw-witte vlaggen, doneren fortuinen aan pro-Israëlische lobby’s en spreken over het Beloofde Land alsof hun eeuwige zaligheid ervan afhangt. Maar laten we, met de nuchtere scherpte van een Friese blik, de zaak eens grondig ontleden. Waarom zou je een moderne natie-staat steunen op basis van een vermeende continuïteit met de Yehudi van drieduizend jaar geleden? Waarom zou je een groep steunen die, in sommige van haar meest fanatieke theologische uitingen, een diepe afkeer koestert van alles wat niet-Joods is, inclusief het christendom, en niet-Joden soms zelfs als onmenselijk bestempelt? En waarom zou je een traditie omarmen die, zoals Israel Shahak in Jewish History, Jewish Religion: The Weight of Three Thousand Years betoogt, een mindset cultiveert van het “beduvelen” van God en een morele houding die moeilijk serieus te nemen is? Het antwoord is even simpel als ontnuchterend: de christelijke obsessie met Israël is absurd, historisch ongefundeerd, theologisch dubieus en moreel problematisch.
De Yehudi en de Joden: Een Gebroken Keten
Laten we beginnen met de historische realiteit, want daar begint de misvatting. De Yehudi van de Hebreeuwse Bijbel waren een semitisch volk in Judea, met een religieuze en sociale structuur gecentreerd rond de Tempel in Jeruzalem. Hun wetten, rituelen en identiteit waren geworteld in een specifieke tijd en plaats, met een priesterlijke kaste en offersystemen die vandaag niet meer bestaan. De “Joden” van nu – een diverse groep met een religieuze, culturele of etnische identiteit – zijn echter geen directe afstammelingen van dat oude volk in een ongebroken lijn. De geschiedenis is geen rechte weg, maar een wirwar van migraties, bekeringen en culturele vermenging.
Na de verwoesting van de Tweede Tempel in 70 n.Chr. verspreidden Israelitische gemeenschappen zich over het Romeinse Rijk en daarbuiten. Asjkenazische Joden in Oost-Europa, Sefardische Joden in Spanje en Noord-Afrika, en groepen zoals de Mizrachi ontwikkelden eigen tradities, talen en gebruiken. Genetische studies, zoals die van het Hebrew University Genetics Program (2018), tonen aan dat moderne Joodse bevolkingen vaak meer genetische verwantschap hebben met hun niet-Joodse buren dan met elkaar. Bekeringen naar het jodendom, zoals die van de Khazaren in de Middeleeuwen, en bekeringen vanuit het jodendom naar andere religies voegen verdere complexiteit toe. De romantische notie van een “puur” volk dat rechtstreeks afstamt van de Yehudi is een mythe, een oversimplificatie die geen recht doet aan de rijkdom en diversiteit van de Joodse geschiedenis.
Waarom is dit belangrijk? Veel christelijke steun voor Israël is gebaseerd op een theologisch sprookje: het idee dat de Joden van vandaag de directe erfgenamen zijn van Gods uitverkoren volk uit de Bijbel. Dit narratief negeert de breuken en transformaties van drieduizend jaar geschiedenis. Het is alsof je moderne Nederlanders gelijkstelt aan de Batavieren – een vergelijking die geen historicus serieus zou nemen. Maar er is meer: de theologische en morele houding van sommige Joodse stromingen, zoals Shahak betoogt, maakt deze steun nog problematischer.
Een Fanatieke Afkeer van de Goyim: Theologische Bronnen
Een netelige kwestie is de houding van sommige Joodse stromingen tegenover niet-Joden, vaak aangeduid als “goyim.” Hoewel het jodendom divers is – van liberaal tot ultraorthodox – zijn er theologische bronnen die een exclusivistische, soms dehumaniserende visie op niet-Joden uitdragen. Deze houding, geworteld in oude teksten, wordt in sommige kringen nog steeds gekoesterd en maakt de christelijke steun voor Israël des te paradoxaler.
De Talmoed, een centrale tekst in het rabbijnse jodendom, bevat passages die een scherpe scheiding maken tussen Joden en niet-Joden. In de Babylonische Talmoed, tractaat Sanhedrin 57a, staat dat bepaalde wetten van de Tora alleen gelden voor Joden, terwijl niet-Joden onder andere regels vallen, vaak met minder rechten. Een beruchte passage in Bava Metzia 114b stelt dat niet-Joden niet als “adam” (mens) worden beschouwd in de context van bepaalde rituele wetten, maar als een andere categorie. Hoewel dit een technische discussie is over rituele zuiverheid, wordt het in sommige ultraorthodoxe kringen letterlijk geïnterpreteerd als een indicatie van spirituele of morele inferioriteit. In Avodah Zarah 3a worden niet-Joodse religies, waaronder het christendom, als afgoderij bestempeld, met instructies om contact met “afgodendienaars” te minimaliseren. Yevamot 98a suggereert dat de zielen van niet-Joden van een lagere orde zijn, een idee dat in mystieke tradities zoals de Kabbala verder is uitgewerkt. De Zohar (1:46b), een invloedrijke kabbalistische tekst, beschrijft niet-Joden als afkomstig uit een “onzuivere” spirituele bron, in tegenstelling tot de “heilige” zielen van Joden.
In de moderne tijd zien we deze ideeën terug in sommige ultraorthodoxe en nationalistische kringen. Rabbijn Yitzhak Ginsburgh, een prominente figuur in de Chabad-beweging, heeft in zijn geschriften, zoals Baruch Hagever (1998), betoogd dat Joden een unieke spirituele essentie hebben die niet-Joden ontberen. Hij schrijft: “De ziel van Israël is goddelijk, terwijl de goyim behoren tot de lagere werelden.” Evenzo verklaarde rabbijn Ovadia Yosef in een toespraak in 2010 dat “goyim geboren zijn om Joden te dienen,” een uitspraak die brede controverse opriep maar in sommige kringen werd toegejuicht. Deze ideeën, hoewel niet representatief voor alle Joden, weerspiegelen een theologisch gefundeerde afkeer van niet-Joden die in extreme kringen nog steeds invloed heeft.
Shahak’s Kritiek: Een Mindset van Bedrog en Morele Dubieusheid
Israel Shahak, een Israëlische historicus en mensenrechtenactivist, biedt in Jewish History, Jewish Religion: The Weight of Three Thousand Years een scherpe kritiek op deze exclusivistische tendensen binnen het jodendom. Shahak betoogt dat sommige Joodse theologische tradities een mindset cultiveren waarin het “beduvelen” van God en een morele houding die moeilijk serieus te nemen is, centraal staan. Hij wijst op de Talmoedische en rabbijnse literatuur die, in zijn ogen, een systeem van morele dubbelzinnigheid heeft ontwikkeld, vooral in de omgang met niet-Joden.
Een van Shahak’s centrale argumenten is dat het klassieke jodendom, zoals vastgelegd in de Talmoed en latere codificaties zoals de Shulchan Aruch, regels bevat die Joden toestaan om God en niet-Joden te misleiden in bepaalde situaties. Hij citeert bijvoorbeeld Yoreh De’ah (157:2), een passage in de Shulchan Aruch, die stelt dat het toegestaan is om niet-Joden te bedriegen in financiële transacties onder bepaalde omstandigheden, zolang dit de Joodse gemeenschap niet schaadt. Shahak schrijft: “De klassieke Joodse wetenschap heeft een systeem ontwikkeld waarin het bedriegen van de niet-Jood en zelfs van God zelf een geaccepteerde praktijk is, mits het de Joodse belangen dient” (Shahak, 1994, p. 39). Dit idee van “beduvelen” komt volgens Shahak voort uit een casuïstische benadering van de wet, waarbij mazen in de goddelijke geboden worden gezocht en uitgebuit.
Shahak wijst ook op specifieke Talmoedische passages die deze houding illustreren. In Bava Kamma 113a wordt bijvoorbeeld besproken hoe een Jood een niet-Joodse tegenpartij in een rechtsgeschil kan misleiden door een halve waarheid te vertellen, een praktijk die Shahak ziet als een voorbeeld van morele flexibiliteit die uitsluitend ten gunste van Joden wordt toegepast. Hij schrijft: “De Talmoedische geleerden hebben een systeem ontwikkeld waarin de morele verplichtingen jegens niet-Joden minimaal zijn, terwijl slimme manieren om God te omzeilen worden geprezen” (Shahak, 1994, p. 47). Een ander voorbeeld is de praktijk van Kol Nidre, een gebed dat traditioneel wordt gezongen aan de vooravond van Jom Kipoer, waarin geloften aan God worden opgeheven. Shahak ziet dit als een symbool van een bredere houding waarin verplichtingen, zelfs jegens het goddelijke, kunnen worden gemanipuleerd.
Volgens Shahak ondermijnt deze mindset de morele geloofwaardigheid van sommige Joodse stromingen. Hij stelt: “Het klassieke jodendom, vooral in zijn Talmoedische en orthodoxe vormen, heeft een moreel systeem ontwikkeld dat in essentie tribalistisch is en niet-Joden als minderwaardig behandelt. Dit maakt het moeilijk om de morele superioriteit van dit systeem serieus te nemen” (Shahak, 1994, p. 89). Deze houding, die in sommige ultraorthodoxe kringen in Israël nog steeds voortleeft, botst scherp met de christelijke idealen van universele naastenliefde en morele integriteit, wat de christelijke steun voor Israël nog absurder maakt.
Specifieke Afkeer van het Christendom
De afkeer van niet-Joodse elementen richt zich in het bijzonder op het christendom. Historisch gezien heeft het jodendom een gespannen relatie met het christendom, deels vanwege eeuwen van vervolging door christelijke instituties, van de Kruistochten tot de pogroms. Theologisch gezien wordt het christendom vaak als afgoderij beschouwd vanwege de doctrine van de Drie-eenheid, die in strijd is met het strikte monotheïsme van het jodendom. In Avodah Zarah 17a wordt gewaarschuwd tegen interactie met christelijke praktijken, en middeleeuwse polemieken zoals de Sefer Nizzahon Yashan vallen het christendom aan als een valse religie. Shahak wijst op passages in de Shulchan Aruch (bijvoorbeeld Orach Chaim 55:20) die christelijke gebedshuizen als plaatsen van afgoderij bestempelen, wat in sommige ultraorthodoxe gemeenschappen in Israël leidt tot openlijke vijandigheid jegens christelijke symbolen of missionarissen.
In moderne ultraorthodoxe gemeenschappen, zoals in Mea Shearim, zien we soms concrete uitingen van deze afkeer. Christelijke missionarissen worden vaak met argwaan of openlijke vijandigheid behandeld, en kruisen of andere christelijke symbolen worden gezien als een bedreiging voor de Joodse identiteit. Shahak merkt op: “De afwijzing van het christendom is niet alleen theologisch, maar ook cultureel diepgeworteld in sommige Joodse gemeenschappen, die het zien als een existentiële bedreiging” (Shahak, 1994, p. 98). Deze houding maakt de christelijke steun voor Israël nog paradoxaler: waarom zou een christen een groep steunen die, in haar meest fanatieke uitingen, het christendom als afgoderij veracht?
De Christelijke Obsessie met Israël
Waarom zijn zoveel christenen dan zo verknocht aan Israël? Het antwoord ligt in een mix van eschatologie en geopolitiek. Vooral evangelische stromingen in de VS geloven dat de wederkomst van Christus verbonden is aan de wederopbouw van Israël en de terugkeer van de Joden naar het Beloofde Land. Dit idee, geworteld in een letterlijke interpretatie van profetieën uit Daniël, Ezechiël en Openbaring, heeft geleid tot een bijna blinde loyaliteit aan de staat Israël. Organisaties zoals Christians United for Israel en lobbygroepen zoals AIPAC versterken dit narratief met miljoenen dollars en emotionele retoriek.
Maar laten we eerlijk zijn: deze steun heeft weinig te maken met liefde voor de Joodse cultuur of religie. Het is een utilitair geloof: Israël moet bestaan, zodat Jezus kan terugkomen. Joden worden in dit narratief gereduceerd tot pionnen in een christelijk eindtijdscript, wat op zichzelf al een vorm van dehumanisering is. Ironisch genoeg steunen deze christenen een staat waarin sommige religieuze leiders hun geloof als onzuiver of inferieur bestempelen. Het is een theologische eenrichtingsstraat: christenen omarmen Joden als “uitverkoren,” terwijl sommige Joodse stromingen hen als spiritueel minderwaardig zien.
De Absurditeit van de Theologische Connectie
Zelfs als we de theologische claim accepteren dat de Yehudi een goddelijk mandaat hadden, waarom zou dat mandaat automatisch overgaan op een seculiere staat in de 20e eeuw? De staat Israël, opgericht in 1948, is een modern project, geboren uit zionistische idealen, koloniale dynamieken en geopolitieke belangen. Het is geen wederopstanding van het oude Koninkrijk Juda. De meeste Israëli’s zijn seculier, en zelfs de religieuze Joden volgen een jodendom dat sterk verschilt van de tempelgerichte praktijken van de Yehudi. De claim dat deze staat een directe voortzetting is van een bijbels koninkrijk is een anachronisme dat geen historische toets der kritiek doorstaat.
Als christenen consequent willen zijn, waarom dan geen steun voor andere “bijbelse” volkeren? Waar is de lobby voor de Moabieten of de Edomieten? Die bestaat niet, omdat deze volkeren geen rol spelen in de christelijke eschatologie. De selectieve focus op Israël verraadt een willekeurige theologische agenda, die één groep uit de oudheid verheft boven alle anderen.
Een Moreel en Filosofisch Probleem
Filosofisch gezien is het ondersteunen van een moderne staat op basis van een vermeende goddelijke claim problematisch. Het negeert de rechten van andere bevolkingen, zoals de Palestijnen, die evengoed aanspraak maken op het land. De Nakba van 1948, waarbij honderdduizenden Palestijnen werden verdreven, wordt vaak weggemoffeld in het narratief van “Gods plan.” Maar kan een rechtvaardige God een plan hebben dat het lijden van miljoenen rechtvaardigt? Het is een vraag die zelden wordt gesteld in kerken waar de Israëlische vlag naast de kansel wappert.
De theologische afkeer van sommige Joodse stromingen voor niet-Joden, zoals geïllustreerd door Talmoedische passages en Shahak’s analyse, maakt deze steun nog absurder. Shahak’s kritiek op de morele dubbelzinnigheid van het klassieke jodendom – een systeem dat volgens hem het bedriegen van God en niet-Joden toestaat – ondermijnt de notie dat deze traditie een moreel baken is. Hij schrijft: “De morele ethiek van het klassieke jodendom is zo tribalistisch en zelfgericht dat het moeilijk is om het serieus te nemen als een universeel moreel systeem” (Shahak, 1994, p. 102). Waarom zou een christen een groep steunen die, in haar meest extreme uitingen, niet alleen het christendom veracht, maar ook een morele houding koestert die volgens Shahak gebaseerd is op manipulatie en exclusivisme?
Een Pleidooi voor Nuchterheid
Laten we, in de geest van de Friese nuchterheid, de zaak helder bekijken. De connectie tussen de Yehudi van oudsher en de Joden van nu is geen rechte lijn, maar een complexe, gebroken keten van culturele, religieuze en genetische evolutie. De staat Israël is een modern project, geen goddelijke wederopstanding. Sommige Joodse stromingen koesteren een theologisch gefundeerde afkeer van niet-Joden, inclusief christenen, zoals blijkt uit Talmoedische passages (Bava Metzia 114b, Avodah Zarah 3a) en moderne uitspraken van figuren zoals Yitzhak Ginsburgh en Ovadia Yosef. Israel Shahak’s analyse in Jewish History, Jewish Religion onderstreept dat deze tradities een mindset van morele dubbelzinnigheid en bedrog cultiveren, die moeilijk serieus te nemen is. En de theologische agenda die de christelijke steun voor Israël voedt, reduceert Joden tot middelen in een christelijk verhaal, terwijl het de rechten en realiteiten van anderen negeert.
Steun voor Israël zou gebaseerd moeten zijn op universele principes van rechtvaardigheid, niet op romantische mythologieën, apocalyptische dromen of een traditie die haar eigen God probeert te beduvelen. Tot die tijd blijft de christelijke obsessie met Israël niet alleen absurd, maar ook moreel en intellectueel onverdedigbaar.

