Het Grote Oproer

07-01-2026

 

Inleiding

De wereld wordt overspoeld met tumult en oproer. Overal komen mensen in opstand tegen hun regeringen en leiders, vrijwel altijd onder het mom van het winnen van een ongedefinieerde vrijheid. Men wil de onderdrukking afwerpen, grenzen doorbreken, beperkingen afschudden. Met de wegname van Maduro, de hoogstwaarschijnlijke val van de ayatollahs in Iran en de paniek bij het Chinese leiderschap rijst echter onvermijdelijk één vraag: wat nu?

De geschiedenis leert dat het moment van bevrijding zelden samenvalt met het begin van een betere orde. Integendeel: de afwerping van tirannen gebeurt vaak organisch, maar wat erop volgt is meestal ondoordacht. Revoluties hebben opvallend vaak geleid tot situaties die nauwelijks beter waren dan wat zij omverwierpen. Karl Marx schreef in het Communistisch Manifest dat de revolutionair vrij moest zijn van moraal en dat het doel alle middelen heiligt. De praktijk heeft laten zien waar dat toe kan leiden: excessief geweld, moreel verval en uiteindelijk nieuwe vormen van onderdrukking. Het blijft daarom de vraag of revolutie primair ontstaat uit rechtvaardige onvrede, of uit het uiteenvallen van de structuren die criminele en destructieve krachten binnen een samenleving in toom houden.

Bevrijding zonder richting

Wie chaos wil overstijgen, heeft een strategie nodig. Zonder vooruitziende blik dreigt bevrijding te ontaarden in een snelle overgave aan het globalistisch liberalisme. De vrijheid wordt dan gevierd met consumptiecultuur, de beloofde welvaart gemeten in economische groeicijfers, en nationaal succes uitgedrukt in BBP-statistieken en aandelenkoersen. Ondernemen en investeren worden nieuwe sacramenten. Zonder waakzaamheid wordt een samenleving opgenomen in dezelfde magnetische aantrekkingskracht van het grootkapitaal die het grootste deel van de wereld al beheerst.

Wat daarbij vaak wordt onderschat, is de opmerkelijke veerkracht van nationale identiteit. Zelfs de meest totalitaire regimes blijken niet in staat de diepste identiteit van een volk volledig uit te wissen. Sterker nog: hoe repressiever het bewind, hoe sterker die identiteit zich lijkt terug te trekken in de innerlijke kern van de bevolking. De Russische Revolutie van 1917 vormt hiervan een duidelijk voorbeeld. Ondanks decennia van ideologisch internationalisme en systematische onderdrukking bleef een sterk nationaal bewustzijn bestaan. Mensen waren Russen in redelijke vrijheid onder de tsaar, maar ook Russen onder Lenin en Stalin, ook al werd die identiteit tot diep in hun innerlijk teruggedrongen.Men heeft zich nooit Sovjet gevoeld maar immer rus, tot op de dag van vandaag.

De kern van volk en natie

In ieder volk ligt een onuitwisbare kern besloten: een verenigende volksziel. Dit metafysische fenomeen komt tot uitdrukking in collectieve kenmerken en werkt door in lichamelijke verschijningsvormen. Hoewel mensen zich doorgaans identificeren met het fysieke aspect, kan dit niet los worden gezien van de onderliggende essentie. Historisch gezien is zelfidentificatie altijd gebaseerd geweest op herkenning van gelijken. Uit dat gevoel van behoren ontstonden familieverbanden, stammen en uiteindelijk volkeren.

Die historische werkelijkheid weerspiegelt zich ook in de oorsprong van het begrip natie. Het woord komt van het Latijnse nātiō, afgeleid van nasci, geboren worden. In de klassieke betekenis verwees het naar geboorte, herkomst en afstamming — niet naar een administratieve staat. De moderne interpretatie van de natiestaat als een zuiver juridische constructie, waarin iedereen die zich aan bepaalde normen conformeert automatisch volwaardig lid kan worden, is historisch gezien een recente en ingrijpende breuk. In die herdefinitie is de etnische component uit het begrip natie verwijderd, met verstrekkende gevolgen voor hoe gemeenschappen zichzelf begrijpen.

Liberalistische ontbinding

Volgens deze analyse is die verschuiving het directe gevolg van het liberalisme dat na de Franse Revolutie opkwam. Gelijkheid, vrijheid en broederschap vervingen traditionele loyaliteiten aan familie, kerk en gemeenschap. Wat als bevrijding werd gepresenteerd, leidde tot ontbinding: de gewortelde mens maakte plaats voor het geatomiseerde individu, losgezongen van afkomst, traditie en verplichting. Dat individu werd bij uitstek vatbaar voor economische en culturele uitputting, verborgen achter de façade van westerse vrijheid.

Juist samenlevingen die zich losmaken van onderdrukking bevinden zich in hun meest kwetsbare fase. Dan zijn zij maximaal blootgesteld aan inmenging door economische grootmachten en ideologische export. Zonder een identitair en traditionalistisch fundament dreigt dezelfde langzame ontbinding die het Westen volgens deze visie al treft: leeggezogen door grootkapitaal, bureaucratie en culturele zelfontkenning.

Europa en voortbestaan

Dit vraagstuk beperkt zich niet tot landen buiten Europa. Ook Europa zelf bevindt zich in deze spanning. De strijd wordt hier niet voorgesteld als een conflict tussen links en rechts, noch als een puur religieus vraagstuk, maar als een strijd om voortbestaan, identiteit en continuïteit. De strijd om Europa wordt gezien als de strijd om ons thuisland, en een strijd waarin het bevorderen van het welzijn van het eigen volk als rationeel en legitiem wordt beschouwd.

Er gloort hoop aan de horizin. Online worden steeds meer mensen blootgesteld aan nationalistische ideeën en fundamentele identiteitsvragen. Wat lange tijd onbespreekbaar was, wordt opnieuw onder woorden gebracht. Of dit leidt tot hernieuwde samenhang of tot verdere confrontatie, blijft open. Maar het grote moeilijke gesprek laat zich niet langer uitstellen.

Share