Waarom de Nederlandse Politiek Geen Echte Politiek Is

22-09-2025

Waarom de Nederlandse politiek geen ware politiek is: Een analyse door de lens van Carl Schmitt en Bryan Caplan

De Nederlandse politiek, zoals die zich in de 21e eeuw manifesteert, wordt vaak gepresenteerd als een fonkelend toonbeeld van democratische rationaliteit, een zorgvuldig georkestreerd samenspel van stemmen en belangen dat leidt tot een harmonieuze samenleving. Maar wie dieper graaft, ontdekt een abjecte schijnvertoning, een theater waarin de kern van wat Carl Schmitt "het politieke" noemt, afwezig is. Combineer dit met de inzichten van Bryan Caplan in The Myth of the Rational Voter, en het wordt pijnlijk duidelijk waarom de Nederlandse democratie geen oplossing biedt voor de huidige maatschappelijke misère. Dit artikel betoogt dat wat in Nederland als politiek wordt bestempeld, in werkelijkheid een impotent bureaucratisch ritueel is dat de confrontatie met fundamentele tegenstellingen mijdt, en dat de democratische processen, doordrenkt van irrationele kiezersvoorkeuren, geen soelaas bieden voor de structurele problemen waarin we verkeren. 

Carl Schmitt en het begrip van het politieke

Carl Schmitt, de controversiële Duitse rechtsfilosoof, definieerde "het politieke" in zijn werk Der Begriff des Politischen (1927) als het domein van existentiële tegenstellingen tussen vriend en vijand. Voor Schmitt is politiek niet het gladgestreken proces van consensusvorming, maar een strijd om fundamentele waarden en belangen, waarbij groepen zich organiseren rond een gedeelde identiteit en een duidelijke tegenstander. Het politieke is rauw, conflictueus en onvermijdelijk geworteld in de realiteit van macht. Een samenleving die deze tegenstellingen ontkent of onderdrukt, is volgens Schmitt gedoemd tot stagnatie of desintegratie, omdat zij de kern van het menselijke bestaan – de strijd om betekenis en overleving – negeert.

In Nederland is deze notie van het politieke nagenoeg afwezig. De Nederlandse politiek kenmerkt zich door een ziekelijke obsessie met compromis en consensus, een erfenis van de verzuiling en de kleingeestige poldercultuur. Partijen, van links tot rechts, opereren binnen een smal spectrum van acceptabele standpunten, waarbij fundamentele vragen over identiteit, soevereiniteit of de aard van de samenleving zorgvuldig worden vermeden. Neem bijvoorbeeld de discussie over immigratie, een onderwerp dat in potentie een scherpe vriend-vijandtegenstelling blootlegt. In plaats van deze tegenstelling te erkennen – zoals Schmitt zou eisen – wordt het debat gesmoord in substantieloze technocratische termen over "integratie" of "arbeidsmarktbehoeften". Politici vermijden het benoemen van existentiële verschillen tussen groepen als de pest, uit angst voor polarisatie of electoraal verlies. Dit maakt de Nederlandse politiek tot een theater, een ritueel van muffe beleidsnota's en kapot gedebatteerde coalitieakkoorden waarin de echte fundamentele strijd wordt ontweken.

De Nederlandse polderpolitiek van compromissen is doordrenkt met postmodernistisch denken, dat de objectieve waarheid ontkent en alles reduceert tot subjectieve percepties. In die Nederlandse politiek zien we een duidelijke ontwijking: de waarheid van tegenstellingen wordt genegeerd ten gunste van een artificiële harmonie. Dit is geen politiek in Schmittiaanse zin, maar een een zuiver bureaucratische façade die de samenleving verzwakt. Door de vriend-vijanddynamiek te negeren, ontkent de Nederlandse politiek de realiteit van macht en conflict.

Bryan Caplan en de mythe van de rationele kiezer

Bryan Caplans The Myth of the Rational Voter (2007) biedt een complementaire lens om de betreurenswaardige Nederlandse politieke malaise te begrijpen. Caplan stelt dat kiezers niet rationeel handelen in hun stemgedrag, maar gedreven worden door vooringenomenheden en emoties die vaak losstaan van het algemeen belang. Hij introduceert het concept van "rationele irrationaliteit": kiezers kunnen irrationele overtuigingen koesteren omdat de kosten van hun onwetendheid laag zijn. Een individuele stem heeft immers weinig invloed op de uitkomst van verkiezingen, waardoor kiezers geen prikkel hebben om hun standpunten kritisch te toetsen. Dit leidt tot beleid dat niet gebaseerd is op feiten of langetermijnbelangen, maar op populaire misvattingen en basale emotionele impulsen.

In Nederland is dit mechanisme duidelijk zichtbaar. Kiezers stemmen vaak op basis van vage gevoelens van onbehagen, mediagenieke slogans of kortetermijnvoordelen, in plaats van een diepgaand begrip van complexe problemen zoals internationale verdragen, vergrijzing of geopolitieke spanningen. Een groot deel van de bevolking blijft op de gevestigde systeempartijen stemmen, die al tientallen jaren verantwoordelijk zijn voor de sloop van alles wat een nationale identiteit definieert. Dit is precies wat Caplan voorspelt: kiezers omarmen overtuigingen die goed voelen, niet die waar zijn.

We vechten in het Westen tegen de intellectuele luiheid van het Jip-en-Janneke-denken en van het "ieder zijn eigen waarheid"-credo, en Caplans analyse sluit hier naadloos op aan. De Nederlandse kiezer verschuilt zich achter simplistische narratieven – of het nu gaat om "de boeren redden" of "klimaat boven alles" – zonder de moeite te nemen de onderliggende feiten te onderzoeken. Dit wordt versterkt door een politiek systeem dat kiezers beloont voor hun onwetendheid: partijen concurreren met beloftes die vaak onrealistisch zijn, zoals belastingverlagingen zonder bezuinigingen of immigratiebeperking zonder economische consequenties. Het resultaat is een democratie die niet leidt tot rationeel beleid, maar tot een consolidatie van de status quo, waarin echte problemen onopgelost blijven.

De Nederlandse politiek als anti-politiek

Wanneer we Schmitt en Caplan combineren, wordt duidelijk waarom de Nederlandse politiek geen ware politiek is. Schmitt's vriend-vijandonderscheid vereist een erkenning van fundamentele tegenstellingen, maar de Nederlandse poldercultuur streeft naar het neutraliseren van conflict. Dit leidt tot een anti-politieke houding waarin echte keuzes worden vermeden. Tegelijkertijd toont Caplan aan dat de democratische processen, die geacht worden deze keuzes te faciliteren, worden ondermijnd door de irrationele voorkeuren van kiezers. Samen creëren deze dynamieken een systeem dat noch de existentiële strijd van het politieke omarmt, noch rationeel beleid voortbrengt.

Dit artikel wijst nogmaals op het gevaar van het postmodernisme, dat de objectieve waarheid reduceert tot subjectieve percepties en simplistische machtsverhoudingen. In de Nederlandse context zien we een vergelijkbare dynamiek: de politiek wordt gereduceerd tot een spel van perceptiemanagement, waarin partijen en kiezers zich verschuilen achter retoriek en symboliek. Neem de opkomst van partijen zoals Forum voor Democratie of de BoerBurgerBeweging. Hoewel deze partijen soms de schijn wekken van een Schmittiaanse confrontatie – door te spreken van "het volk" versus "de elite" – blijven hun oplossingen vaak oppervlakkig en spelen ze in op de irrationele vooringenomenheid die Caplan beschrijft. Ze bieden geen echte breuk met het systeem, maar versterken de illusie van politiek engagement. 

Waarom democratie geen soelaas biedt

De huidige misère in Nederland – van woningnood en verlies van de vrijheid van meningsuiting tot de verdamping van de koopkracht – vraagt om een politiek die fundamentele keuzes durft te maken. Maar zoals Schmitt en Caplan laten zien, is het huidige systeem hiertoe niet in staat. Schmitt zou stellen dat de Nederlandse politiek faalt omdat zij de vriend-vijandtegenstelling ontkent, waardoor zij geen ruimte biedt voor een echte strijd om waarden. Caplan voegt hieraan toe dat de democratische processen, die deze strijd zouden moeten kanaliseren, worden ondermijnd door de irrationele voorkeuren van ongemotiveerde en ongeïnteresseerde kiezers en de prikkels van serpentiele politici om deze te versterken.

Het postmodernisme leidt tot een nihilistische ontkenning van waarheid en ambitie, en de Nederlandse democratie weerspiegelt dit door en door. Door alles te reduceren tot compromissen en percepties, verliest de politiek haar vermogen om de samenleving te transformeren. Kiezers, gevangen in hun rationele irrationaliteit, kiezen voor partijen die hun emoties bevestigen in plaats van oplossingen bieden. Dit verklaart waarom problemen zoals de torenhoge staatsschuld, immigratie of het verlies van nationale soevereiniteit jarenlang blijven sudderen zonder structurele oplossing.

Een hopeloze toekomst?

Is er dan geen hoop? Zowel Schmitt als Caplan biedt weinig troost. Schmitt zou betogen dat alleen een terugkeer naar het politieke – een erkenning van existentiële tegenstellingen – de impasse kan doorbreken. Maar in een samenleving die conflict schuwt, is dit onwaarschijnlijk. Caplans oplossing ligt in het beperken van de invloed van irrationele kiezers, bijvoorbeeld door minder democratische besluitvorming, radicale hervorming van de democratische grondslag, of meer marktwerking, maar dit botst met de Nederlandse hang naar consensus en gelijkheid.

We eindigen met een oproep om de waarheid te blijven zoeken, ondanks haar ongrijpbaarheid. Voor de Nederlandse politiek zou dit betekenen: het durven omarmen van conflict en het confronteren van ongemakkelijke waarheden. Maar zolang kiezers en politici vasthouden aan de illusie van harmonie en de luxe van irrationele overtuigingen, blijft de Nederlandse politiek een schaduw van wat politiek zou moeten zijn. De misère zal voortduren, niet omdat de waarheid ontbreekt, maar omdat we weigeren haar te zoeken. 


Share